Je hebt net nieuwe banden laten monteren en je wilt snel de weg op. Toch is het verstandig om even een paar dingen na te lopen. Het kost je hooguit tien minuten, maar het kan ongelukken en schade voorkomen. Bovendien weet je zeker dat je banden optimaal presteren en veilig zijn.
In dit artikel lees je welke zaken je na elke bandenmontage zelf kunt controleren. Van bandenspanning tot wielmoeren: we leggen uit waar je op moet letten en hoe je eventuele problemen herkent. Zo rijd je met een gerust gevoel weg.
1. Bandenspanning: de basis voor veiligheid en levensduur
Direct na montage is de spanning vaak goed afgesteld door de monteur, maar het is slim om het zelf te controleren. Bandenspanning beïnvloedt niet alleen je veiligheid, maar ook het brandstofverbruik en de levensduur van je banden. Een te lage spanning zorgt voor meer slijtage aan de buitenkant en een groter rolweerstand, terwijl een te hoge spanning het contactoppervlak verkleint en de grip vermindert.
Gebruik een betrouwbare bandenspanningsmeter en check de spanning wanneer de banden koud zijn, dus voordat je gaat rijden. De juiste spanning vind je in het instructieboekje van je auto, op een sticker in de deurstijl of in de tankklep. Houd er rekening mee dat de spanning voor- en achter soms verschilt. Vergelijk de gemeten waarde met de aanbevolen waarde en vul zo nodig lucht bij, bijvoorbeeld bij een tankstation.
Let op: sommige auto's hebben een TPMS (Tyre Pressure Monitoring System). Die geeft een waarschuwing als de spanning te laag is. Maar ook dan is een handmatige controle raadzaam, want het systeem kan soms afwijken.
2. Wielmoeren en bouten: zit alles goed vast?
Na het monteren van wielen is het essentieel dat de wielmoeren of -bouten met het juiste aanhaalmoment zijn vastgezet. Monteurs doen dit meestal met een momentsleutel, maar door trillingen en hitte tijdens het rijden kunnen ze losgaan. Controleer daarom na ongeveer 50 tot 100 kilometer of alles nog goed vastzit. Dit kun je zelf doen met een kruissleutel of een momentsleutel, als je die hebt.
Draai de moeren niet te strak aan, want dat kan de schroefdraad beschadigen. Het aanhaalmoment verschilt per auto en vind je in het instructieboekje. Vaak ligt het tussen de 100 en 120 Newtonmeter. Voel je weerstand, dan zitten ze waarschijnlijk goed. Twijfel je? Ga dan terug naar de garage en laat het controleren.
Let ook op of de wielmoeren niet beschadigd zijn of roest vertonen. Dat kan duiden op een te strak aangedraaide moer of een verkeerd gebruik van de momentsleutel. Vervang beschadigde moeren altijd, want ze kunnen afbreken tijdens het rijden, met alle gevolgen van dien.
3. Looprichting en profiel: zitten de banden er goed op?
Banden met een richtingsgebonden looprichting zijn gemarkeerd met een pijl op de zijwand. Die pijl moet in de rijrichting wijzen. Als de banden verkeerd om zijn gemonteerd, kan dat leiden tot slechtere grip, meer geluid en snellere slijtage. Controleer daarom of de pijlen op alle vier de wielen in de juiste richting staan.
Bij asymmetrische banden zie je vaak 'Outside' en 'Inside' op de zijwand. Die moeten respectievelijk aan de buiten- en binnenkant van de auto zitten. Een verkeerd gemonteerde asymmetrische band kan het rijgedrag negatief beïnvloeden, vooral in bochten en bij nat wegdek.
Kijk ook naar het profiel: nieuwe banden hebben een profieldiepte van ongeveer 8 millimeter. De wettelijke minimum is 1,6 millimeter, maar voor optimale veiligheid wordt geadviseerd om bij minder dan 3 millimeter (zomer) of 4 millimeter (winter) te vervangen. Je kunt de profieldiepte meten met een profielmeter of eenvoudig met een munt: steek een munt van 2 euro in het profiel. Als de gouden rand zichtbaar blijft, is het profiel te ondiep.
In het kort
- Controleer de bandenspanning met een meter (koud) en vul bij indien nodig.
- Draai na 50-100 km de wielmoeren/bouten na met de juiste momentsleutel.
- Check of de looprichting (pijl) en buitenzijde (Outside) correct zijn.
- Meet de profieldiepte en kijk naar beschadigingen aan profiel en zijwand.
- Let op trillingen of trekken tijdens het rijden, dat kan duiden op een balanceringsprobleem.
- Noteer de datum van montage en controleer of je een garantiebewijs hebt.
- Zorg dat de klepdoppen goed vastzitten en lucht kunnen doorlaten (geen lekkage).
Veelgestelde vragen
Hoe vaak moet ik mijn bandenspanning controleren?
Het is verstandig om minstens eens per maand en voor lange ritten de spanning te controleren. Na montage is het extra belangrijk om dit direct te doen en na 50-100 km nogmaals.
Wat is het juiste aanhaalmoment voor wielmoeren?
Het aanhaalmoment verschilt per auto en staat vermeld in het instructieboekje. Meestal ligt het tussen 100 en 120 Nm. Gebruik altijd een momentsleutel om over- of onderdraaien te voorkomen.
Hoe weet ik of mijn banden een looprichting hebben?
Kijk op de zijkant van de band. Richtingsgebonden banden hebben een pijl die de draairichting aangeeft. Asymmetrische banden hebben 'Outside' en 'Inside' staan.
Kan ik na montage zelf een wielbalancering controleren?
Balancering kun je niet zelf controleren, maar je kunt wel letten op trillingen in het stuurwiel of de vloer bij snelheden rond de 80-100 km/u. Voel je dat, laat het dan meteen na meten.
Conclusie
Met deze eenvoudige controles zorg je ervoor dat je nieuwe banden optimaal presteren en veilig zijn. Het kost weinig tijd, maar kan veel ellende besparen. Twijfel je over iets? Ga dan altijd langs bij je bandenspecialist. Zo rijd je met vertrouwen de weg op.
Autobanden kopen en laten monteren?
Vergelijk rustig en vraag vrijblijvend offertes aan via Bandwijs.
Vind de juiste banden →Lees ook: Wat kost het monteren van zomerbanden? · Gemiddelde montagekosten per seizoen · Bespaar op bandenmontage: 10 tips · Montagekosten vs. zelf wisselen: wat is voordeliger? · Waarom verschillen montageprijzen zo sterk? · Kosten van balanceren: noodzakelijk of extraatje? — meer over montagekosten
Bandwijs is een onafhankelijke gids en verkoopt zelf niets. Prijzen zijn indicaties.